Thermietlassen

Bij bijna alle projecten wordt gebruik gemaakt van thermietlassen. Het grote voordeel van deze manier van lassen is dat je een onbeperkte lengte aan elkaar kunt lassen.

Bij thermietlassen worden spoorstaven van 180m gelost d.m.v. de robeltrein. Nadat de lengtes op de goede lengte zijn doorgeslepen, kunnen de thermietlassen gemaakt worden.

Een thermietlas krijg je niet zomaar op je werk. Voordat je een thermietlas kan gaan maken moet er eerst bekend zijn wat voor soort spoorstaven er gethermiet moeten worden. Je hebt namelijk niet alleen te maken met verschillende typen spoorstaven, maar ook met verschillende soorten sterkteklasse van spoorstaven. Zo heb je bijv. kopgeharde spoorstaven en niet kopgeharde spoorstaven. De verschillende soorten spoorstaven worden vooral in bogen toegepast. De kopgeharde spoorstaven zijn aan de buitenzijde van het spoor gemaakt, en de niet kopgeharde spoorstaven zijn aan de binnenzijde geplaatst. Het verschil tussen 2 spoorstaven zit hem in de centerfugaalkracht die hij kan hebben. Doordat de spoorbaan in een bocht loopt met verkanting, komen er grote krachten om de buiten spoorstaaf. De grootte van de centerfugaalkracht heeft te maken met de snelheid van de trein en de boogstraal als deze kleiner is dan 500m. Bij het project waar ik stage had gelopen lag de boogstraal rond de 400m en 500m, dus zaten we automatisch vast aan een kopgeharde spoorstaaf.

Je hebt 3 verschillende soorten thermieten die in 2 gevallen gelijk zijn aan de spoorstaven. 900N/m niet kopgehard 1100N/m overgang kopgehard naar niet kopgehard en 1200N/m kopgehard. Als je een thermietlas nodig hebt, moet je deze bestellen. Nadat de las is aangevraagd, krijg je per fax bericht wat er is aangevraagd. Op zo’n fax valt af te lezen dat op welke datum er gelast moet worden. Verder staat er ook nog bij om hoeveel lassen er zijn besteld. Mochten er 10 lassen zijn besteld en de lassen zijn in een boog, dan kan het dus zo zijn dat er 5 lassen zijn van 900N/m en 5 van 1200N/m. Nadat de fax is teruggekomen, is het verstandig als uitvoerder te controleren of het goede aantal lassen is besteld, en of ook de goede soort lassen is besteld. Dit voorkomt dat je ’s nachts stil komt te staan met het werk. Zodra dat het geval is, zijn de lassers die de thermietlassen moeten maken vastgelegd.

Zeer belangrijk bij het maken van thermietlassen, zijn de veiligheidsmaatregelen om te zorgen dat er geen ongevallen gebeuren. Zo zijn er de volgende regels opgesteld:

Wanneer de werkzaamheden van de lassers beginnen, bij al in gebruik zijnd spoor, moet erop gelet worden dat tussen elke las minimaal een lengte van 3m in rechtstand en 6m in bogen zit.

 

Om een thermietlas te kunnen maken heb je het volgende nodig:

Zoals hierboven vermeld is het belangrijk dat alles droog wordt bewaard.

Eerst worden de spoorstaven gesneden, zodat er een voeg van ongeveer 2cm ontstaat, waar de thermiet in kan. Hierna worden de spoorstaven op hoogte gebracht. Het op hoogte brengen van de spoorstaven gebeurt d.m.v. een wig. Deze duwt het spoor omhoog. Het is de bedoeling dat de sporen vlak loopt. De eis die gesteld wordt is horizontaal 0mm – +0.2mm en verticaal 0mm – +1.5mm. De spoorstaven moeten het liefst iets omhoog staan, omdat je dan het makkelijkst bij kan schaven. Vervolgens worden de vormhelften gemonteerd. Deze vormen zijn gemaakt van een soort steen. Om de vorm stevigheid te geven, wordt er een ijzeren mal omheen gedaan, en tegen elkaar geklemd.

 

Nadat de mal is klemgezet, wordt er om de mal kleefzand geplakt. Dit zand kleeft, en blijft daardoor aan de mal zitten. Het zand dient ervoor om de kieren te dichten. Zou je dit niet doen, dan gaat het vloeibare staal uit de vorm vloeien en is je thermietlas mislukt. Aan de rechterkant op de foto is een bakje te zien. Dit bakje ligt aan de laagst liggende kant van het spoor en dient ervoor om de slak op te vangen. Zeer belangrijk is dat een slechte of gebroken mal niet gebruikt mag worden. Dit omdat je dan kans hebt op een doorloper. Nadat de mal goed is opgevuld met kleefzand wordt de mal voorverwarmd. Ondertussen worden de voorbereidingen getroffen om te zorgen dat de pot klaar staat.

In de pot komt eerst een propje om te zorgen dat het thermietpoeder er niet meteen uit kan. Verder zit er bij dat propje ook brandbaar poeder, dat zorgt dat de prop verbrand. Daarboven komt, zoals gezegd, het thermietpoeder. Als laatste komt er een aansteeklont in. Dit is een zeer stevig lont wat je alleen met een grote brander aan kan steken. Eenmaal aan, kan de lont niet meer uit.

Wanneer de mal voldoende is voorverwarmd (tot 1000graden), kan het lont in de pot worden aangestoken. Het is op zo’n moment sterk aan te raden om paar meter van de pot af te staan. Ondanks dat er een deksel op de pot zit, komen er allemaal vonken vandaan. Wanneer het heet genoeg binnen is (2400 graden), smelt het propje en komt de thermietvloeistof in de mal terecht.

 

Zoals goed is te zien op de foto smelt het propje door, waardoor het vloeibare staal, in de mal terecht kan komen. Wanneer al het vloeibare staal uit de pot is, wordt de pot er vanaf gehaald, en meteen schoon gemaakt. Vervolgens wordt er ongeveer 3 minuten gewacht. Dit is de stollingsperiode. Vervolgens worden na 3 minuten de klemmen losgehaald.

Nadat de stalen klemmen eraf zijn gehaald, wordt er een hydraulische afschuiver op de baan gezet. Deze zorgt ervoor dat de las redelijk glad is. Vervolgens wordt er met een koevoet de thermietlas schoon gemaakt, en het overtollige ijzer er aan de zijkanten afgehaald. Vervolgens kan de las afkoelen. Dit moet omdat je anders een blauwkleurige spoorstaaf krijgt en blauwkleurige spoorstaven mogen niet in een traject voorkomen van de NS.

 

Bij de vlakslijpmachine, zijn net als bij het doorslijpen van spoorstaven Arbo verplichtingen. Zo zijn o.a. verplicht:

Klik hier voor een foto pagina met enkel foto’s van thermietlassen.